# Woon-werkverkeer met auto van de zaak voor omzetbelasting

- Link: https://www.gsaccountants.nl/woon-werkverkeer-met-auto-van-de-zaak-voor-omzetbelasting/
- Published: 2023-08-24T04:00:00+00:00

De Hoge Raad heeft in 2017 vier arresten gewezen in massaalbezwaarprocedures over
de omvang van het privégebruik van een auto van de zaak voor de omzetbelasting. 
Vervolgens heeft de Belastingdienst een collectieve uitspraak gedaan op de bezwaren.
Die collectieve uitspraak houdt in dat de bezwaren op één punt na ongegrond zijn
verklaard. De bezwaren zijn gegrond verklaard op het punt van de wijze waarop de
werkelijke omvang van het privégebruik kan worden aangetoond. Op dat onderdeel dient
de Belastingdienst individuele uitspraken op bezwaar te doen.

Een ondernemer, wiens bezwaar tegen de aangiften omzetbelasting onder de massaalbezwaarprocedure
was gebracht, had in zijn bezwaar aangevoerd dat het woon-werkverkeer van de werknemers
niet als privégebruik kan worden aangemerkt. Volgens de ondernemer was sprake van
een uitzonderingssituatie als bedoeld in het arrest Fillibeck van het Hof van Justitie
EU. De werknemers, aan wie een auto ter beschikking was gesteld, hadden de mogelijkheid
om thuis te werken. Daarom zouden de ritten van huis naar kantoor niet als privégebruik
gelden. Voor de berekening van de omvang van het privégebruik zouden slechts de 
variabele autokosten in aanmerking moeten worden genomen. Naar aanleiding van de
collectieve uitspraak op bezwaar heeft de ondernemer een nadere motivering van zijn
bezwaar verstrekt. Daarin heeft de ondernemer zijn hiervoor genoemde standpunten
herhaald. De inspecteur heeft geen individuele uitspraak op bezwaar gedaan omdat
het naar zijn mening een feitelijke uitwerking van de uitspraken van de Hoge Raad
betrof, die deel uitmaakte van de collectieve uitspraak op bezwaar. Tegen de weigering
om uitspraak op bezwaar te doen heeft de ondernemer beroep ingesteld. De procedure
is uiteindelijk bij de Hoge Raad beland.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in deze procedure geoordeeld dat ondanks de mogelijkheid
van thuiswerken het woon-werkverkeer privégebruik vormt. Er doen zich in dit geval
geen bijzondere omstandigheden voor waardoor het woon-werkverkeer als zakelijk gebruik
zou zijn aan te merken. Verder heeft het hof geoordeeld dat ook de vaste uitgaven
voor de auto tot de maatstaf van heffing voor het privégebruik behoren.

De Hoge Raad onderschrijft de oordelen van het hof. Een werknemer kiest zelf zijn
woonplaats. Als de werkgever de werknemer in staat stelt om te reizen tussen zijn
woon- en werkplaats dient dat privédoeleinden van de werknemer. Dat is alleen anders
als het wegens bijzondere omstandigheden nodig is dat de werkgever voor dit vervoer
zorg draagt. In zo’n bijzonder geval is het persoonlijke voordeel voor de werknemer
ondergeschikt aan de bedrijfsdoeleinden en is daardoor sprake van zakelijk gebruik.
De omstandigheid dat werknemers thuis kunnen werken heeft niet tot gevolg dat de
belangen van de onderneming van de werkgever eisen dat deze voor het vervoer van
de werknemers naar kantoor zorgt wanneer zij niet thuiswerken.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR20231094, 20/02469 | 17-08-2023
