# Lening omkatten naar vergoeding redt aftrek niet

- Link: https://www.gsaccountants.nl/lening-omkatten-naar-vergoeding-redt-aftrek-niet/
- Published: 2026-08-06T04:00:00+00:00

Een bv drijft een uitzendbureau en een klussenbedrijf. De enige aandeelhouder is
een vrouw, die samen met haar partner bestuurder is. De bv heeft twee vorderingen
die zij in 2020 wil afwaarderen. De eerste vordering van ruim € 74.000 betreft de
zoon van de partner. Hij heeft met geld van de bv gegokt op internet. De tweede 
vordering van € 97.000 betreft de partner zelf, aan wie de bv een lening heeft verstrekt
zonder zekerheden. Beide schuldenaren ondertekenen eind 2020 een brief waarin zij
verklaren slechts een fractie te kunnen terugbetalen. De bv boekt de vorderingen
af als bijzondere lasten. De inspecteur weigert deze afwaardering, waarna de bv 
besluit de lening om te zetten in een vergoeding voor verrichte werkzaamheden.

#### Geen reden voor afwaardering in 2020

De rechtbank oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat er reden is om
de vordering op de zoon juist in 2020 af te waarderen. De zoon is in loondienst 
bij de bv en had de vordering in termijnen kunnen terugbetalen. Sterker nog: in 
2022 betaalt hij alsnog bijna € 50.000 terug. Waarom er in 2020 geen afbetalingsregeling
is afgesproken, kan de bv niet uitleggen.

#### Omzetting lening ongeloofwaardig

Voor de vordering op de partner pakt de rechtbank zwaarder uit. De bv erkent in 
haar beroepschrift dat de lening is omgezet in een vergoeding voor werkzaamheden,
uitsluitend omdat kwijtschelding fiscaal niet aftrekbaar zou zijn. De rechtbank 
acht die handelswijze ingegeven door de persoonlijke behoeften van de aandeelhouder
en haar relatie met de partner, niet door zakelijke motieven. De bv stelt dat de
partner cruciale werkzaamheden verrichtte en het boekenonderzoek begeleidde. De 
rechtbank vindt dat volstrekt ongeloofwaardig. De reguliere beloning van de partner
bedroeg in de jaren 2018 tot en met 2021 slechts € 8.000 tot € 14.000 per jaar. 
Waarom zou hij opeens recht hebben op een extra vergoeding van € 97.000? De aftrek
is terecht geweigerd.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:3026 | 16-04-2026
