# Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

- Link: https://www.gsaccountants.nl/kwijtschelding-rekening-courantschuld-is-verkapt-dividend/
- Published: 2026-03-12T04:00:00+00:00

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. 
De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat 
jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen
aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften
inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting
neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst
waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek ‘ongegrond’ blijkt en wordt
kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden.

#### Nooit bestaan?

De inspecteur merkt de kwijtschelding aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk
belang. De helft wordt bij de man belast, de andere helft bij zijn echtgenote. De
man stelt dat de schuld nooit heeft bestaan. Zijn vader en broer deden de administratie
van het familiebedrijf en de holding. Hij was daar zelf niet bij betrokken. De boekingen
waren fout. Een accountant zou dat hebben vastgesteld in een rapport, maar de man
kent de naam van die accountant niet en heeft het rapport nooit gezien.

#### Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank gaat niet mee in het verweer. De vordering stond jarenlang in de aangiften
vennootschapsbelasting van de holding én in de eigen aangiften inkomstenbelasting
van de man. Professionele adviseurs hebben die aangiften opgesteld zonder vraagtekens
te plaatsen bij de vordering. De man heeft zelf de vaststellingsovereenkomst getekend
waarin de schuld wordt kwijtgescholden. Als dga had hij een eigen verantwoordelijkheid
voor de fiscale verplichtingen. Dat hij de administratie aan anderen overliet, komt
voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht bewezen dat de schuld heeft bestaan
en dat de kwijtschelding een verkapte uitdeling is.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2025:22439 | 12-11-2025
