# Herinvesteringsreserve voor afsluitvergoeding niet mogelijk

- Link: https://www.gsaccountants.nl/herinvesteringsreserve-voor-afsluitvergoeding-niet-mogelijk/
- Published: 2024-04-11T04:00:00+00:00

De boekwinst, die een ondernemer behaalt bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel,
is belast. De belastingheffing kan worden uitgesteld door de boekwinst op te nemen
in een herinvesteringsreserve. De herinvesteringsreserve wordt vervolgens afgeboekt
op de aanschafprijs van een nieuw bedrijfsmiddel. Daardoor vermindert het afschrijvingspotentieel
van het nieuwe bedrijfsmiddel. Aan de vorming van een herinvesteringsreserve zijn
voorwaarden verbonden.

Twee broers exploiteren gezamenlijk een akkerbouwbedrijf in de vorm van een maatschap.
Recent heeft een van de broers een overeenkomst gesloten met TenneT voor het vestigen
van een opstalrecht op een deel van de percelen die hij in eigendom heeft. Deze 
percelen worden gebruikt door de maatschap. Het opstalrecht betreft het plaatsen
van hoogspanningsmasten. De kernvraag in deze zaak is of de andere broer een herinvesteringsreserve
mag vormen voor de ontvangen afsluitvergoeding.

In de ingediende belastingaangifte heeft de broer een herinvesteringsreserve gevormd
met betrekking tot de afsluitvergoeding. De inspecteur reageert op de aangifte met
een verzoek om nadere informatie. De belastingplichtige geeft aan van plan te zijn
de herinvesteringsreserve te gebruiken voor de bouw van een loods, waarvoor reeds
een vergunning is verleend. De inspecteur wijkt af van de aangifte. Volgens de inspecteur
moet de afsluitvergoeding worden beschouwd als inkomensschade, die belast is in 
het jaar van ontvangst. De inspecteur concludeert dat de vorming van een herinvesteringsreserve
in dit geval niet mogelijk is.  

De zaak wordt voorgelegd aan de rechtbank. De belastingplichtige heeft verschillende
vergoedingen ontvangen van TenneT, waarvan er één een afsluitvergoeding betreft 
voor het opstalrecht. De rechtbank oordeelt dat de afsluitvergoeding dient als compensatie
voor de voortvarende medewerking aan het proces van het vestigen van het opstalrecht
en het voorkomen van juridische procedures. Hierdoor wordt voorkomen dat TenneT 
een gedoogplichtprocedure moet starten. De rechtbank stelt dat de afsluitvergoeding
niet kan worden beschouwd als een tegenprestatie voor het vestigen van het opstalrecht
zelf, maar eerder als een schadevergoeding voor de belastingplichtige. Dat in de
notariële akte voor het vestigen van het opstalrecht de gehele vergoeding is aangemerkt
als grondslag voor de heffing van overdrachtsbelasting doet hier volgens de rechtbank
niet aan af. Dat gegeven bepaalt niet de kwalificatie van de afsluitvergoeding voor
de inkomstenbelasting.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLINLRBNNE2024890, LEE 22/3642
| 07-03-2024
