# Fiscale migratie: waar is thuis?

- Link: https://www.gsaccountants.nl/fiscale-migratie-waar-is-thuis/
- Published: 2024-04-11T04:00:00+00:00

Een belastingplichtige emigreerde in 2015 naar Duitsland, althans dat meent hij.
De inspecteur stelt echter dat de belastingplichtige fiscaal nog steeds in Nederland
woont en corrigeert de aangifte inkomstenbelasting door het opleggen van een navorderingsaanslag.
Ondanks het bezwaar van de belastingplichtige blijft de inspecteur bij zijn standpunt.
Een fiscaal geschil is geboren. De belastingplichtige stapt naar de rechtbank, die
moet beslissen over de fiscale woonplaats van de belastingplichtige: Duitsland of
toch Nederland?

De belastingplichtige bezit in Nederland een koopwoning, die hij na de verhuizing
naar Duitsland verhuurt. Bij de verhuur heeft hij bedongen dat hij de woning gedurende
62 dagen per jaar zelf mag gebruiken. In het betreffende jaar verbleef de belastingplichtige
61 dagen in Nederland en 146 dagen in Duitsland. De rest van de dagen verbleef de
belastingplichtige onder meer in Spanje. Op het eerste gezicht zou je denken dat
de belastingplichtige zeker niet in Nederland woonde. Toch stelt de inspecteur van
wel. Hij is van mening dat de belastingplichtige Nederland nooit heeft willen verlaten
en dat het verblijf in Duitsland van kortdurende aard is. Met name het feit dat 
de belastingplichtige de in Nederland verhuurde woning mocht blijven gebruiken, 
speelt volgens de inspecteur een belangrijke rol bij het beantwoorden van de vraag
waar de belastingplichtige fiscaal woont.

De rechtbank oordeelt dat voor het bepalen van de fiscale woonplaats moet worden
gekeken naar een arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft overwogen dat gekeken
moet worden naar alle omstandigheden van het geval en dat het erom gaat of de belastingplichtige
een persoonlijke band heeft met Nederland. De duurzame band met Nederland hoeft 
niet sterker te zijn dan met een ander land. Hierdoor is het mogelijk dat een persoon
fiscaal in meerdere landen woont. De rechtbank is van oordeel dat de belastingplichtige
fiscaal in Nederland is blijven wonen. 

De belastingplichtige laat het hier niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Het
hof oordeelt, net als de rechtbank, dat de belastingplichtige fiscaal in Nederland
woonde. Volgens het hof had de belastingplichtige nooit de intentie om zich langdurig
in Duitsland te vestigen, noch om zijn bestaande duurzame banden met Nederland te
verbreken. Ook het recht om de woning in Nederland te mogen gebruiken, acht het 
hof van belang. De stelling van de belastingplichtige dat hij als pensionado geen
dienstbetrekking uitoefent, helpt hem niet. Het hof houdt verder rekening met het
feit dat de belastingplichtige langere tijd in zijn vakantiewoning in Spanje verbleef
en dat hij in Duitsland een woning huurde.

Is dit verhaal herkenbaar voor u? Of heeft u twijfels over uw eigen fiscale situatie?
Aarzel dan niet en neem contact met ons op. Wij staan klaar om uw vragen te beantwoorden
en u te voorzien van advies op maat.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLINLGHAMS2024721, 22/2549 en 22/
2550 | 22-01-2024
