# Door ontbreken aanmerkelijk belang geen terbeschikkingstelling van vermogen

- Link: https://www.gsaccountants.nl/door-ontbreken-aanmerkelijk-belang-geen-terbeschikkingstelling-van-vermogen/
- Published: 2022-10-13T04:00:00+00:00

Tot het inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting behoort het resultaat uit een
of meer werkzaamheden. Onder werkzaamheid wordt mede verstaan het rendabel maken
van vermogensbestanddelen door deze ter beschikking te stellen aan een vennootschap
waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft. Een belastingplichtige
heeft een aanmerkelijk belang als hij, alleen of met zijn partner, voor ten minste
5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is of het recht heeft om een dergelijk
belang te verwerven.

Niet alleen de (juridische) eigenaar van aandelen wordt als aandeelhouder aangemerkt,
maar ook de persoon, die op grond van een koopovereenkomst het recht op levering
van aandelen heeft verkregen en de verplichting heeft de afgesproken koopsom te 
betalen. Deze persoon heeft daarmee het economische belang bij de betreffende aandelen
verkregen.

Een belastingplichtige verwerkte een negatief resultaat uit overige werkzaamheden
in zijn aangifte. Dat resultaat bestond uit de afwaardering van een vordering op
een bv. De belastingplichtige diende aannemelijk te maken dat hij een aanmerkelijk
belang in deze bv had.

Hof Arnhem-Leeuwarden vond aannemelijk dat de belastingplichtige het voornemen had
om via zijn nv te participeren in de onderneming van de bv. In verband daarmee heeft
de nv de koopsom eerst als geldlening ter beschikking gesteld. De participatie zou
plaatsvinden na het fiscaal geruisloos afsplitsen van de onderneming van de bv in
een nieuwe vennootschap. De bv zou daarna 50% van de aandelen aan de nv overdragen.
Wanneer de Belastingdienst geen goedkeuring voor de geruisloze afsplitsing zou verlenen,
zou de nv 50% van de aandelen in de bv overnemen. 

Het hof legt de gemaakte afspraken zo uit, dat de nv 50% van de aandelen in de nieuw
op te richten vennootschap heeft gekocht onder de ontbindende voorwaarde, en 50%
van de aandelen in de bv onder de opschortende voorwaarde dat de Belastingdienst
geen goedkeuring geeft voor een fiscaal geruisloze afsplitsing van de onderneming
van de bv.

Omdat de Belastingdienst de goedkeuring heeft verleend, is de overeengekomen voorwaarde
niet in vervulling gegaan. Dit betekent dat de nv recht heeft op de levering van
50% van de aandelen in de nieuw op te richten, maar nooit opgerichte, vennootschap.
De belastingplichtige heeft geen aanmerkelijk belang in deze vennootschap gehad.
Evenmin heeft hij een aanmerkelijk belang in de bv gehad. Door het niet in vervulling
gaan van de opschortende voorwaarde heeft de nv nooit een afdwingbaar recht tot 
levering van 50% van de aandelen in de bv gehad. Door het ontbreken van een aanmerkelijk
belang kan de belastingplichtige de afwaardering van de lening niet ten laste van
het belastbare inkomen brengen.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLINLGHARL20228132, 21/01551
| 19-09-2022
