# Conclusie AG in procedure box 3 na inwerkingtreding Wet rechtsherstel box 3

- Link: https://www.gsaccountants.nl/conclusie-ag-in-procedure-box-3-na-inwerkingtreding-wet-rechtsherstel-box-3/
- Published: 2024-02-15T04:00:00+00:00

De belastingheffing in box 3 blijft de gemoederen bezighouden. Nadat de Hoge Raad
het zogenaamde kerstarrest van 24 december 2021 heeft gewezen, heeft de politiek
getracht de zaak te redden met eerst het Besluit rechtsherstel box 3 en vervolgens
de Wet rechtsherstel box 3. Deze wet is op 28 december 2022 met terugwerkende kracht
in werking getreden. Inmiddels ligt er een aantal zaken bij de Hoge Raad. De Advocaat-
generaal (AG) bij de Hoge Raad heeft in enkele zaken een conclusie genomen.

De Hoge Raad heeft in het kerstarrest geoordeeld dat het forfaitaire stelsel van
belastingheffing in box 3 onder omstandigheden leidt tot een schending van het recht
op het ongestoord genot van eigendom. Dat recht is gewaarborgd in het Eerste Protocol
bij het EVRM. De schending doet zich voor wanneer een belastingplichtige wordt geconfronteerd
met een heffing naar een hoger voordeel uit sparen en beleggen dan het werkelijk
behaalde rendement.

Hof Arnhem-Leeuwarden is van opvatting dat de strekking van het kerstarrest verder
reikt dan tot enkel spaarders. Het kerstarrest geldt voor alle belastingplichtigen
die in box 3 worden belast, ongeacht de samenstelling van het vermogen. De AG deelt
deze opvatting.

De Wet rechtsherstel box 3 introduceert een andere wijze van bepaling van het voordeel
uit sparen en beleggen. Niet in alle gevallen leidt dat tot een lager voordeel dan
volgens het systeem van de Wet IB 2001. De Wet rechtsherstel bepaalt dat in die 
gevallen het voordeel wordt vastgesteld volgens het oude systeem. De AG ziet niet
in waarom in deze gevallen geen sprake zou kunnen zijn van een inbreuk op het eigendomsrecht.
Onder de Wet rechtsherstel worden bepaalde gevallen niet langer belast volgens het
oude forfaitaire stelsel, maar de groep belastingplichtigen, die nog wel worden 
belast volgens dat stelsel, worden mogelijk voor een hoger bedrag in de heffing 
betrokken dan het werkelijk door deze belastingplichtigen behaalde rendement.

De procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden betrof een belastingplichtige met woningen
in box 3. Bij de vaststelling van het werkelijk behaalde rendement heeft het hof
geen rekening gehouden met kosten, die verband houden met een niet-verhuurd appartement
in Frankrijk en met een waardestijging van een verhuurde woning in Nederland. De
AG is van mening dat een ongerealiseerde waardevermeerdering meetelt bij het bepalen
van het werkelijk behaalde rendement. Het hof heeft dat ten onrechte niet gedaan.
Ook heeft het hof ten onrechte geen rekening gehouden met de gemaakte kosten. Volgens
de AG is het hof er ten onrechte van uitgegaan dat slechts kosten tot verwerving,
inning en behoud van inkomsten in mindering komen op het werkelijk behaalde rendement.

De AG concludeert tot verwijzing voor een onderzoek naar de op het werkelijk behaalde
rendement in mindering te brengen kosten van het appartement in Frankrijk.

Bron: Hoge Raad | Conclusie AG | ECLINLPHR2024138, 23/02894 | 08-02-2024
